Foto: Ian Kenn

Dit boek is een samenwerkingsproject van Annet Shawki-Veefkind en Remmelt Mastebroek
Verschijningsdatum: eind 2019

Het eiland, de vrouw, het kind en de zee vertelt het verhaal van een jonge vrouw die haar man verloor en alleen verder moet, samen met haar nog jonge dochter. Na veel omzwervingen komen moeder en dochter terecht op een klein, nagenoeg onbewoond eiland dat ergens voor de Schotse noordwestkust ligt. Hier, op dit eiland, omgeven door de ongerepte, rauwe natuur groeien de vrouwen op bijzondere wijze naar elkaar toe.

Fragment uit het boek:

Buiten ruist de branding. De pittige, zilte geur van de zee stroomt door de openstaande deur en het geopende venster de kamer binnen. Lange oceaanrollers slaan stuk op de donkere rotsen van het eiland. Onbewust neem ik dit alles waar terwijl ik naar buiten staar.
Ik leg de pen neer en sluit het schrift waarin ik schreef. Mijn hand blijft rusten op het schrift. Als een liefkozing, maar ook alsof ik met dat gebaar de woorden die ik juist schreef wil benadrukken. Dan sta ik op, schuif de stoel onder de schrijftafel die voor het raam staat en loop de kleine afstand naar de deurpost. Daar blijf ik staan. Tijdens de uren van schrijven is mijn lichaam verstramt en koud geworden; het hunkert naar warmte. Zonnestralen strelen mijn lichaam. De weldadige warmte maakt me loom en geeft me het gevoel dat ik altijd krijg na het te snel drinken twee glazen rode wijn. Leunend tegen het kozijn sluit ik mijn ogen. Een glimlach vormt zich om mijn mondhoeken als ik de laatste woorden die ik juist opschreef, weer voor mijn geestesoog zie verschijnen. Hardop spreek ik die woorden uit:
‘Mam, ik heb je zo lief!’
Ik hou zo veel van haar, dat het lijkt alsof haar hart in mij klopt.
Ik knijp mijn ogen tot spleetjes om ze zo te beschermen tegen de zon. Het uitzicht beneemt me iedere dag opnieuw de adem. De heuvels om mij heen zijn voor een deel in nevelen gehuld. Het is nog vroeg. De zon wint straks aan kracht en zal de sluier wegbranden.
De laagstaande zon verandert de zee in een plak golvend zilver. Witte wolken drijven langzaam voorbij. De branding roept. Ik schop mijn schoenen uit en op blote voeten wandel ik naar de waterlijn. Het tij is laag. Op de vloedlijn liggen houten haringkistjes die het water hier vannacht achter liet. De kistjes zullen, als ze door zon en wind gedroogd zijn, dienen als aanmaakhout voor de haard.
Het water is koud. Een huivering doortrekt mijn lijf als het nat mijn voeten omringt. Meeuwen cirkelen boven mijn hoofd en krijsen om aandacht. Bruin-witte strandpleviertjes rennen met hun korte pootjes over het natte zand, vluchtend voor mijn aanwezigheid. Iets verderop zie ik andere eilanden liggen.
Ik draai me om en wandel het pad naar huis terug. De deur van ons verweerde croftershuis staat nog steeds wijd open. Altijd is er in mij die drang contact te maken met dat wat buiten is: dat wat niet door mensenhanden gemaakt is; dat wat nog mooi is en goed.
Kunst van de Maker.
Verwonderd kijk ik om me heen. Alsof ik dit alles voor de eerste maal aanschouw terwijl ik het ontelbaar keer heb mogen zien. De helderwitte gordijnen die voor het raam hangen, bewegen zacht in de wind. De rotsblokken, waarvan het witgekalkte huis is opgetrokken, zijn begroeid met kleurige korstmossen. Links van de voordeur groeit een lijsterbes waarin ieder jaar vogels nestelen. Het ruisen van haar blad is gedurende de zomermaanden in prachtige harmonie met het ruisen van de branding. Iets voorbij het helderwitte zandstrand groeit wat heide dat afgewisseld wordt door okerkleurige berggrassen en pollen geel helmgras waarin konijnen dartelen.
Ik hoop dat je het niet vervelend vindt dat ik vertel over de plaats waar ik leef. Ik denk dat het prettig voor je is om te weten hoe ik hier woon, op dit eiland. Mijn eiland Naeveh. Pas als je dit eiland en haar bewoners kent, kun je je verplaatsen in dit verhaal.
Het verhaal begint echter op een ander eiland. Op een van de vijf bewoonde Waddeneilanden die Nederland rijk is.
Het verhaal van mama en mij.

Nieuw boek